Geluid,
helder uitgelegd.

Kleurweg
01

Hoe geluid werkt.

Geluid is beweging in de lucht.

In een ruimte botst die beweging tegen wanden, vloer en plafond. Harde oppervlakken kaatsen ze bijna volledig terug. Zacht, poreus materiaal zet een deel ervan om in een heel klein beetje warmte.

Hoe meer weerkaatsing, hoe langer geluid blijft hangen. Woorden lopen door elkaar, iedereen praat luider om verstaan te worden, en de ruimte wordt vermoeiend.

Zonder

Geluid botst van wand naar wand. Nieuwe woorden mengen met de echo van de vorige.

Met absorptie

Bij elke botsing wordt een deel opgevangen. De galm sterft sneller uit.

02

Drie dingen, niet hetzelfde.

Ze worden vaak door elkaar gebruikt, maar vragen elk een andere aanpak.

  • Absorptie

    Minder galm in de ruimte zelf.

    Zacht, poreus materiaal op wand of plafond, of als vrijstaand element.

  • Isolatie

    Minder geluid naar de ruimte ernaast.

    Massa en luchtdichtheid in wanden, deuren en plafonds. Akoestiek op de wand alleen doet dat niet.

  • Spraakprivacy

    Gesprekken minder goed te volgen voor wie meeluistert.

    Een mix van absorptie, afscherming en afstand tussen plekken.

03

Vier begrippen.

Kort uitgelegd, zonder vaktaal.

  • RT60

    Nagalmtijd

    De tijd waarin geluid 60 dB zachter wordt nadat de bron stopt, gemeten in seconden.

    Een klas of vergaderzaal vraagt meestal een kortere nagalmtijd dan een kerk, zodat gesprekken verstaanbaar blijven.

  • αw

    Geluidsabsorptie

    Een waarde van 0 tot 1 die aangeeft hoe goed een materiaal geluid absorbeert.

    Hoger betekent meer absorptie bij de geteste montage. Een waarde van 1 betekent niet dat elke toon volledig wordt opgevangen.

  • A – E

    Absorptieklasse

    Een indeling van geluidsabsorptie volgens EN ISO 11654. A is de hoogste klasse.

    De klasse geldt voor de geteste opbouw: dikte, afwerking en ruimte achter het materiaal maken mee het verschil.

  • Hz

    Frequentie

    Het aantal trillingen per seconde. Lage tonen hebben een lage frequentie, hoge tonen een hoge.

    Een diepe brom vraagt een andere aanpak dan stemmen. De dikte en ruimte achter het materiaal bepalen mee welke tonen het opvangt.

04

Eerst meten, dan maken.

Zo weten we wat de ruimte nodig heeft, voor we iets ontwerpen.

  1. 01

    Analyse

    Vorm, volume, materialen en hoe de ruimte gebruikt wordt. Waar nodig meet een gespecialiseerde partner de nagalm.

  2. 02

    Berekening

    Hoeveel absorptie er nodig is, en waar ze het meeste effect heeft.

  3. 03

    Advies

    Een voorstel met materiaal, plaatsing en vorm. Soms is minder genoeg.